Jeroen's Studie Archief
Bewijzen in de wiskunde 16 september 2024

Bewijstechnieken

Bij het bewijzen van een stelling bewijs je meestal een implicatie van de vorm:

xS:P(x)    Q(x) \forall x \in S : P(x) \implies Q(x)

Triviaal en vaculeus bewijs

Een makkelijke manier om een implicatie te bewijzen zijn met een triviaal of met een vaculeus bewijs. Bij een triviaal bewijs toon je aan dat Q(x)Q(x) altijd waar is, wat de implicatie waar maakt. Bij een vaculeus bewijs toon je aan dat P(x)P(x) nooit waar is, wat de implicatie ook waar maakt.

Dit is een voorbeeld van een triviaal bewijs:

Stelling

xR:x<0    x2+1>0 \forall x \in \R : x < 0 \implies x^2 + 1 > 0

Bewijs

Neem xRx \in R. Omdat x20x^2 \ge 0, geldt x2+11>0x^2 + 1 \ge 1 > 0. Dus x2+1>0x^2 + 1 > 0. QED.

En dit is een voorbeeld van een vaculeus bewijs:

Stelling

xR:x22x+20    x38 \forall x \in \R : x^2-2x+2 \le 0 \implies x^3 \ge 8

Bewijs

Neem xRx \in \R. Merk op dat x22x+1=(x1)2x^2-2x+1=(x-1)^2.

x22x+2=(x1)2+10 x^2 - 2x + 2 = (x-1)^2 + 1 \ge 0

Dus x22x+20x^2-2x+2 \le 0 is nooit waar. QED.

Direct bewijs

Bij een direct bewijs van de bewering xS:P(x)    Q(x)\forall x \in S : P(x) \implies Q(x) nemen we een element xSx \in S waarvoor P(x)P(x) waar is, en gebruiken we eigenschappen van P(x)P(x) om aan te tonen dat Q(x)Q(x) waar is.

Stelling

Voor iedere nZn \in \Z, als nn oneven is, dan is 3n+73n+7 even.

Bewijs

Neem een oneven nZn \in \Z. Omdat nn oneven is, bestaat er een kZk \in \Z zodat n=2k+1n = 2k+1. Dan geldt:

3n+7=3(2k+1)+7=6k+10=2(3k+5) 3n + 7 = 3(2k + 1)+ 7 = 6k + 10 = 2(3k + 5)

Omdat 3k+5Z3k+5\in\Z, geldt dat 2(3k+5)=3n+72(3k+5)=3n+7 even is. QED.

Contrapositie

Bij een bewijs met contrapositie van de bewering xS:P(x)    Q(x)\forall x \in S : P(x) \implies Q(x), toon je aan dat xS:¬Q(x)    ¬P(x)\forall x \in S : \lnot Q(x) \implies \lnot P(x) waar is. Dit is logisch equivalent aan de eerste bewering, waarmee die dus ook bewezen is.

Stelling

Voor iedere xZx\in\Z, als 5x75x-7 even is, dan is xx oneven.

Bewijs

Neem xZx\in\Z. We bewijzen dit met contrapositie, dus we nemen aan dat xx even is en tonen aan dat 5x75x-7 oneven is.

Er bestaat dus een kZk\in\Z zodat x=2kx=2k. Dit geeft:

5x7=5(2k)7=2(5k4)+1 5x-7 = 5(2k)-7 = 2(5k-4)+1

Omdat 5k4Z5k-4\in\Z, geldt dat 2(5k4)+1=5x72(5k-4)+1=5x-7 oneven is. QED.

Lemma

Een lemma is een (kleine) stelling die helpt bij het bewijzen van een grotere stelling. Het is dus eigenlijk een hulpstelling.

Gevalsonderscheiding

Het kan soms handig zijn een bewering te bewijzen door verschillende gevallen te onderscheiden.

Bij gevalsonderscheiding moeten de gevallen alle mogelijkheden dekken. Er mag wel overlap in zitten.

Stelling

Voor elke nZn\in\Z geldt dat n2+3n+5n^2+3n+5 oneven is.

Bewijs

Neem nZn\in\Z. We onderscheiden twee gevallen: (1) nn is even en (2) nn is oneven.

Geval (1): nn is even. Dan bestaat er een kZk\in\Z zodat n=2kn=2k Dit geeft n2+3n+5=(2k)2+3(2k)+5=4k2+6k+5=2(2k2+3k+2)+1 n^2+3n+5 = (2k)^2+3(2k)+5 = 4k^2+6k+5 = 2(2k^2+3k+2)+1 . Omdat 2k2+3k+2Z2k^2+3k+2\in\Z, geldt dat 2(2k2+3k+2)+1=n2+3n+52(2k^2+3k+2)+1=n^2+3n+5 oneven is.

Geval (2): nn is oneven. Dan bestaat er een kZk\in\Z zodat n=2k+1n=2k+1. Dit geeft n2+3n+5=(2k+1)2+3(2k+1)+5=4k2+10k+9=2(2k2+5k+4)+1n^2+3n+5 = (2k+1)^2+3(2k+1)+5 = 4k^2+10k+9 = 2(2k^2+5k+4)+1 . Omdat 2k2+5k+4Z2k^2+5k+4\in\Z, geldt dat 2(2k2+5k+4)+1=n2+3n+52(2k^2+5k+4)+1=n^2+3n+5 oneven is.

QED.

Soms is het bij gevalsonderscheiding handig om zelfs nog deelgevallen te onderscheiden.

Gemaakt door Jeroen van Rensen.