Jeroen's Studie Archief
Bewijzen in de wiskunde 9 september 2024

Logica

Beweringen

Een bewering is een zin die waar (TT) is of niet waar (FF) is, maar niet allebei. Beweringen worden vaak opgeschreven met P,Q,R,P1,P2,...,PnP, Q, R, P_1, P_2, ..., P_n. Voorbeelden van beweringen zijn:

  • Het getal 33 is oneven (TT)
  • Het getal 5757 is priem (FF)

Een open bewering P(x)P(x) over een domein SS is een bewering voor iedere xx in SS.

Voorbeeld

Gegeven is de bewering P(x):(x−3)2≤1P(x): (x-3)^2 \leq 1 over S=ZS=\Z.

Dan geldt bijvoorbeeld P(2)P(2) is waar, P(3)P(3) is waar, P(4)P(4) is waar, maar P(5)P(5) is niet waar.

Waarheidstabellen

Een waarheidstabel is een tabel met alle mogelijke waar/niet waar-waardes voor de beweringen. Een waarheidstabel voor nn beweringen heeft 2n2^n rijen.

Voorbeeld

Voor beweringen PP en QQ ziet de waarheidstabel er als volgt uit:

PP QQ
TT TT
TT FF
FF TT
FF FF

Samengestelde beweringen

Beweringen kun je samenvoegen tot een nieuwe bewering.

Negatie ("niet")

De negatie van een bewering PP is een nieuwe bewering, notatie ¬P\lnot P ("niet-PP"). De bewering ¬P\lnot P is alleen waar als de bewering PP niet waar is.

De waarheidstabel ziet er dan zo uit:

PP ¬P\lnot P
TT FF
FF TT

Disjunctie ("of")

De disjunctie van beweringen PP en QQ is een nieuwe bewering, notatie P∨QP \lor Q ("PP of QQ"). De bewering P∨QP \lor Q is waar wanneer minstens één van PP en QQ waar is.

De waarheidstabel ziet er dan zo uit:

PP QQ P∨QP \lor Q
TT TT TT
TT FF TT
FF TT TT
FF FF FF

Conjunctie ("en")

De conjunctie van beweringen PP en QQ is een nieuwe bewering, notatie P∧QP \land Q ("PP en QQ"). De bewering P∧QP \land Q is waar wanneer zowel PP als QQ waar is.

De waarheidstabel ziet er dan zo uit:

PP QQ P∧QP \land Q
TT TT TT
TT FF FF
FF TT FF
FF FF FF

Implicatie ("als, dan")

De implicatie van beweringen PP en QQ is een nieuwe bewering, notatie P  ⟹  QP \implies Q ("als PP, dan QQ"). De bewering P  ⟹  QP \implies Q is waar wanneer zowel PP als QQ waar is, of PP niet waar is.

In de implicatie P  ⟹  QP \implies Q heet PP de voowaarde en QQ de conclusie. De implicatie Q  ⟹  PQ \implies P is de omkering van P  ⟹  QP \implies Q.

De waarheidstabel ziet er dan zo uit:

PP QQ P  ⟹  QP \implies Q
TT TT TT
TT FF FF
FF TT TT
FF FF TT

Voorbeeld

Gegeven zijn de beweringen P(x):x=−3P(x): x = -3 en Q(x):∣x∣=3Q(x): |x| = 3 over S=ZS=\Z.

Nu zijn Q(−3)  ⟹  P(−3)Q(-3) \implies P(-3) en Q(2)  ⟹  P(2)Q(2) \implies P(2) waar, maar Q(3)  ⟹  P(3)Q(3) \implies P(3) is niet waar.

Verder geldt voor iedere xx dat P(x)  ⟹  Q(x)P(x) \implies Q(x) waar is.

Bi-implicatie

Voor beweringen PP en QQ heet de conjunctie (P  ⟹  Q)∧(Q  ⟹  P)(P \implies Q) \land (Q \implies P) de bi-implicatie, notatie P  ⟺  QP \iff Q. Deze bi-implicatie is alleen waar als PP en QQ allebei waar of allebei niet waar zijn.

De waarheidstabel ziet er dan zo uit:

PP QQ P  ⟺  QP \iff Q
TT TT TT
TT FF FF
FF TT FF
FF FF TT

Tautologie en tegenspraak

Een tautologie is een bewering die altijd waar is.

Voorbeeld

De bewering P∨¬PP \lor \lnot P is een tautologie, wat volgt uit de waarheidstabel:

PP ¬P\lnot P P∨¬PP \lor \lnot P
TT FF TT
FF TT TT

Een tegenspraak is een bewering die nooit waar is.

Voorbeeld

De bewering P∧¬PP \land \lnot P is een tegenspraak, wat volgt uit de waarheidstabel:

PP ¬P\lnot P P∧¬PP \land \lnot P
TT FF FF
FF TT FF

Er geldt: als PP een tautologie is, dan is ¬P\lnot P een tegenspraak.

Logische equivalentie

Samengestelde beweringen PP en QQ zijn logisch equivalent als ze precies dezelfde waarheidstabellen hebben. We noteren dat als P≡QP \equiv Q.

Er geldt: PP en QQ zijn logisch equivalent dan en slechts dan als P  ⟺  QP \iff Q een tautologie is.

Eigenschappen van samengestelde beweringen

Met deze definitie van logische equivalentie kunnen we een paar eigenschappen opschrijven over beweringen PP, QQ en RR:

  • P∨Q≡Q∨P P \lor Q \equiv Q \lor P en P∧Q≡Q∧PP \land Q \equiv Q \land P
  • P∨(Q∨R)≡(P∨Q)∨R P \lor (Q \lor R) \equiv (P \lor Q) \lor R en P∧(Q∧R)≡(P∧Q)∧R P \land (Q \land R) \equiv (P \land Q) \land R
  • P∨(Q∧R)≡(P∨Q)∧(P∨R) P \lor (Q \land R) \equiv (P \lor Q) \land (P \lor R) en P∧(Q∨R)≡(P∧Q)∨(P∧R) P \land (Q \lor R) \equiv (P \land Q) \lor (P \land R)
  • ¬(P∨Q)≡¬P∧¬Q \lnot (P \lor Q) \equiv \lnot P \land \lnot Q en ¬(P∧Q)≡¬P∨¬Q \lnot (P \land Q) \equiv \lnot P \lor \lnot Q

Al deze eigenschappen kunnen bewezen worden met waarheidstabellen.

Quantoren

Een quantor maakt van een open bewering een gesloten bewering.

Universele quantor

De universele quantor, notatie ∀\forall, betekent dat iets waar is voor ieder element uit het domein. Zo betekent ∀x∈S:P(x)\forall x \in S : P(x) dat voor iedere xx uit SS, P(x)P(x) waar is.

Voorbeeld

Gegeven is de open bewering P(x):x2>0P(x): x^2 > 0. Nu geldt dat de bewering ∀x∈{1,2,3,...}:P(x)\forall x \in \{1,2,3,...\}:P(x) waar is. Maar de bewering ∀x∈{0,1,2,3,...}:P(x)\forall x \in \{0, 1, 2, 3, ...\}:P(x) is niet waar, omdat deze niet waar is voor x=0x=0.

Existentiële quantor

De existentiële quantor, notatie ∃\exists, betekent dat iets waar is voor minimaal één element uit het domein. Zo betekent ∃x∈S:P(x)\exists x \in S : P(x) dat er minstens één element xx bestaat in SS, zodat P(x)P(x) waar is.

Voorbeeld

Gegeven is de open bewering P(x):x2>0P(x): x^2 > 0. Nu geldt dat de bewering ∃x∈{0,1,2,3,...}:P(x)\exists x \in \{0,1,2,3,...\}:P(x) waar is. Bijvoorbeeld voor x=1x=1.

Let op dat het domein belangrijk is:

Voorbeeld

Gegeven is de open bewering P(x):x2=3P(x): x^2 = 3. Nu is de bewering ∃x∈R:P(x)\exists x \in \R : P(x) waar, bijvoorbeeld voor x=3x=\sqrt3.

De bewering ∃x∈Z:P(x)\exists x \in \Z : P(x) daarentegen is niet waar.

Negatie van quantoren

Voor de negatie van quantoren gelden de volgende regels:

  • ¬(∀x∈S:P(x))≡∃x∈S:¬P(x) \lnot \big(\forall x \in S: P(x)\big) \equiv \exists x \in S : \lnot P(x)
  • ¬(∃x∈S:P(x))≡∀x∈S:¬P(x) \lnot \big(\exists x \in S: P(x)\big) \equiv \forall x \in S : \lnot P(x)

In het algemeen wissel je bij negatie de ∀\forall- en ∃\exists-symbolen om, en trek je het ¬\lnot-symbool "naar binnen".

Voorbeeld

¬(∀x∈S:∃y∈T:P(x,y))≡∃x∈S:∀y∈T:¬P(x,y) \lnot \big(\forall x \in S : \exists y \in T : P(x, y)\big) \equiv \exists x \in S : \forall y \in T : \lnot P(x, y)

Gemaakt door Jeroen van Rensen.