Jeroen's Studie Archief
Lineaire algebra 12 september 2024

Inproduct

Definitie

Voor vectoren a,b≠0a, b \neq 0 met hoek θ\theta tussen aa en bb zodat 0≤θ≤π0\leq\theta\leq\pi, is het inproduct van aa en bb, notatie a⋅ba \cdot b, gelijk aan ∣a∣∣b∣cos⁡(θ)|a||b|\cos(\theta).

Omdat cos(12π)=0cos(\frac12\pi)=0, volgt dat a⊥b  ⟺  a⋅b=0a \perp b \iff a \cdot b = 0. Twee vectoren die loodrecht op elkaar staan, heten orthogonaal.

We spreken af dat als a=0a=0 of b=0b=0, ook geldt dat a⋅b=0a \cdot b = 0.

Hoek θ\theta

De cosinusregel zegt dat voor driehoek ΔABC\Delta ABC met θ=∠BAC\theta = \angle BAC geldt:

BC2=AB2+AC2−2⋅AB⋅cos⁡(θ) BC^2 = AB^2 + AC^2 - 2 \cdot AB \cdot \cos(\theta)

Stelling

Voor vectoren x=(x1,x2,x3)x = (x_1, x_2, x_3) en y=(y1,y2,y3)y = (y_1, y_2, y_3) geldt x⋅y=x1y1+x2y2+x3y3x \cdot y = x_1y_1 + x_2y_2 + x_3y_3.

Bewijs

In driehoek ΔABC\Delta ABC, neem x=ABx = AB en y=ACy = AC. Dan is y−x=BCy - x = BC. Hieruit volgt dan:

∣y−x∣2=∣x∣2+∣y∣2−2∣x∣∣y∣cos⁡(θ) |y-x|^2 = |x|^2 + |y|^2 - 2|x||y|\cos(\theta)

Maar ∣y−x∣2|y-x|^2 is ook gelijk aan:

∣y−x∣2=(y1−x1)2+(y2−x2)2+(y3−x3)2=x12+x22+x32+y12+y22+y32−2(x1y1+x2y2+x3y3)=∣x∣2+∣y∣2−2(x1y1+x2y2+x3y3) \begin{aligned} |y-x|^2 &= (y_1-x_1)^2 + (y_2-x_2)^2 + (y_3 - x_3)^2 \\ &= x_1^2 + x_2^2 + x_3^2 + y_1^2 + y_2^2 + y_3^2 - 2(x_1y_1 + x_2y_2 + x_3y_3) \\ &= |x|^2 + |y|^2 - 2(x_1y_1 + x_2y_2 + x_3y_3) \end{aligned}

Hieruit volgt dat:

∣x∣2+∣y∣2−2∣x∣∣y∣cos⁡(θ)=∣x∣2+∣y∣2−2(x1y1+x2y2+x3y3) |x|^2 + |y|^2 - 2|x||y|\cos(\theta) = |x|^2 + |y|^2 - 2(x_1y_1 + x_2y_2 + x_3y_3)

∣x∣∣y∣cos⁡(θ)=x1y1+x2y2+x3y3=x⋅y |x||y|\cos(\theta) = x_1y_1 + x_2y_2 + x_3y_3 = x \cdot y

QED.

Met deze stelling kun je de hoek θ\theta tussen vectoren xx en yy berekenen met:

cos⁡(θ)=x⋅y∣x∣∣y∣=x1y1+x2y2+x3y3x12+x22+x32⋅y12+y22+y32 \cos(\theta) = \frac{x \cdot y}{|x||y|} = \frac{x_1y_1 + x_2y_2 + x_3y_3}{\sqrt{x_1^2 + x_2^2 + x_3^2} \cdot \sqrt{y_1^2 + y_2^2 + y_3^2}}

Rekenregels voor inproducten

Voor vectoren x,y,zx,y,z en een getal λ∈R\lambda\in\R gelden de volgende regels:

  • x⋅y=y⋅x x \cdot y = y \cdot x
  • (λx)⋅y=λ(x⋅y) (\lambda x) \cdot y = \lambda(x \cdot y)
  • (x+y)⋅z=x⋅z+y⋅z (x + y) \cdot z = x \cdot z + y \cdot z
  • x⋅x≥0 x \cdot x \ge 0 en x⋅x  ⟺  x=0 x \cdot x \iff x = 0

Vlakken en normaalvectoren

Definitie

Een normaalvector van een vlak VV is een vector die loodrecht staat op dat vlak VV.

Neem een vlak VV en een normaalvector nn van dat vlak. Neem verder een vector pp van de oorsprong OO naar het vlak VV. Dan geldt voor iedere vector xx van OO naar VV dat x−px-p op het vlak ligt, dus n⋅(x−p)=0 n \cdot (x-p) = 0 , ofwel:

n⋅x=n⋅p n \cdot x = n \cdot p

Deze vergelijking voor xx is een vergelijking voor het vlak VV.

Multi-dimensionaal

Voor vectoren x,y∈Rnx,y\in\R^n spreken we de volgende regels af:

  • x⋅y=x1y1+x2y2+...+xnyn x \cdot y = x_1y_1 + x_2y_2 + ... + x_ny_n
  • ∣x∣=x⋅x |x| = \sqrt{x \cdot x}
  • x⋅y=∣x∣∣y∣cos⁡(θ) x \cdot y = |x||y|\cos(\theta) , met 0≤θ≤π0 \leq \theta \leq \pi de "hoek" tussen xx en yy.

Ongelijkheid van Schwarz

Stelling

Voor twee vectoren x,y∈Rnx,y\in\R^n geldt

∣x⋅y∣≤∣x∣∣y∣ |x \cdot y| \leq |x||y|

Bewijs

Omdat x⋅x≥0x \cdot x \ge 0 geldt voor elke λ∈R\lambda \in \R:

(λx+y)⋅(λx+y)≥0 (\lambda x + y)\cdot(\lambda x + y) \ge 0

λ2x⋅x+λx⋅y+λy⋅x+y⋅y≥0 \lambda^2 x \cdot x + \lambda x \cdot y + \lambda y \cdot x + y \cdot y \ge 0

λ2∣x∣2+2λx⋅y+∣y∣2≥0 \lambda^2 |x|^2 + 2\lambda x \cdot y + |y|^2 \ge 0

Dit is een kwadratische functie in λ\lambda die groter is dan of gelijk is aan 00. Er zijn dus nul of één oplossingen, waaruit volgt dat de discriminant kleiner of gelijk is aan 00.

4(x⋅y)2−4∣x∣2∣y∣2≤0 4(x \cdot y)^2 - 4|x|^2|y|^2 \le 0

(x⋅y)2≤∣x∣2∣y∣2 (x \cdot y)^2 \le |x|^2 |y|^2

x⋅y≤∣x∣∣y∣ x \cdot y \le |x||y|

QED.

Gemaakt door Jeroen van Rensen.