Jeroen's Studie Archief
Lineaire algebra 24 september 2024

Inverse matrices

We nemen een matrix AMn,nA \in M_{n,n} en vectoren x,bRnx, b \in \R^n en beschouwen de vergelijkingen Ax=bAx=b.

Stel rr is het aantal pivot-elementen van A wanneer rijreductie toegepast is. Dan geldt:

  • r=nr=n: het stelsel Ax=bAx=b heeft precies één oplossing xRnx\in\R^n.
  • r<nr<n: het stelsel Ax=bAx=b heeft of geen oplossing, of oneindig veel oplossingen xRnx\in\R^n.

Inverse

Definitie

Laat matrix AMn,nA \in M_{n,n}. Een matrix BB heet een inverse van AA als AB=In=BAAB=I_n=BA. Matrix AA heet inverteerbaar als AA een inverse heeft.

De inverse van een matrix AA noteren we met A1A^{-1}.

Stelling

Als matrix AA inverteerbaar is, dan is de inverse van AA uniek.

Bewijs

Stel dat matrix AA inverteerbaar is, en dat BB en CC allebei inverses van AA zijn. Dan geldt:

AB=ICAB=CIIB=CIB=C \begin{aligned} AB &= I \\ CAB &= CI \\ IB &= CI \\ B &= C \end{aligned}

QED.

Bestaan van een inverse

Beschouw de volgende vier beweringen over matrix AMn,nA \in M_{n,n} en vectoren x,bRnx,b\in\R^n:

  1. Matrix AA is inverteerbaar.
  2. Het stelsel Ax=bAx=b heeft een unieke oplossing xx voor iedere bRnb\in\R^n.
  3. Het stelsel Ax=bAx=b heeft een unieke oplossing xx voor een bRnb\in\R^n.
  4. Matrix AA heeft na rijreductie nn pivot-elementen.

We weten dat beweringen (2), (3) en (4) gelijk aan elkaar zijn.

Stelling

Bewering (1)     \implies bewering (2).

Bewijs

We nemen aan dat AA een inverse heeft, namelijk A1A^{-1}. We tonen aan dat (a) er een oplossing bestaat en (b) dat deze oplossing uniek is.

(a) Beschouw de vector x=A1bx=A^{-1}b, dan geldt Ax=AA1b=Ib=bAx=AA^{-1}b=Ib=b. Dit betekent dat x=A1bx=A^{-1}b een oplossing is voor Ax=bAx=b.

(b) Als we een xx hebben zodat Ax=bAx=b, dan volgt A1Ax=A1bA^{-1}Ax=A^{-1}b, waaruit volgt dat x=A1bx=A^{-1}b. Dus de oplossing x=A1bx=A^{-1}b is uniek.

QED.

En nu de andere kant op.

Stelling

Bewering (2)     \implies bewering (1).

Bewijs

We nemen aan dat het stelsel Ax=bAx=b een unieke oplossing xx heeft. We bewijzen (a) dat er een CMn,nC \in M_{n,n} bestaat zodat AC=InAC=I_n en (b) dat voor deze CC geldt dat CA=InCA=I_n.

(a) Laat voor iedere i=1,2,...,ni=1,2,...,n, de vector cic_i de oplossing zijn voor het stelsel Ax=eiAx=e_i. Dan geldt Ac1=e1Ac_1=e_1, Ac2=e2Ac_2=e_2, etc. Laat nu CC de matrix zijn met c1,c2,...,cnc_1, c_2, ..., c_n in de kolommen. Dan geldt dat ACAC de matrix is met e1,e2,...ene_1, e_2, ... e_n in de kolommen. Er geldt dus dat AC=IAC=I.

(b) We tonen aan dat Cx=0Cx=0 een unieke oplossing xx heeft. Er geldt Cx=0    ACx=A0Cx=0 \implies ACx=A0, dus x=A0=0x=A0=0. Dus als er een oplossing is, moet het x=0x=0 zijn. Invullen geeft C0=0C0=0, en dit klopt. Dus Cx=0Cx=0 heeft een unieke oplossing x=0x=0. Omdat (2)     \iff (3), geldt dat Cx=bCx=b een unieke oplossing heeft voor elke bRnb\in\R^n.

Volgens (a) bestaat er nu een matrix AA' zodat CA=InCA'=I_n. Hieruit volgt dat ACA=AACA'=A, oftewel A=AA'=A.

QED.

Er geldt dus dat beweringen (1), (2), (3) en (4) equivalent zijn.

Vinden van de inverse

Opgave

Vind de inverse van A=[2132]A=\begin{bmatrix} 2 & 1 \\ 3 & 2 \end{bmatrix} als deze bestaat.

Uitwerking

We zoeken oplossingen van [2132][x1x2]=[10]\begin{bmatrix} 2 & 1 \\ 3 & 2 \end{bmatrix} \begin{bmatrix} x_1 \\ x_2 \end{bmatrix} = \begin{bmatrix} 1 \\ 0 \end{bmatrix} en [2132][x1x2]=[01]\begin{bmatrix} 2 & 1 \\ 3 & 2 \end{bmatrix} \begin{bmatrix} x_1 \\ x_2 \end{bmatrix} = \begin{bmatrix} 0 \\ 1 \end{bmatrix}.

Hiervoor gaan we Gauss-Jordan-eliminatie toepassen. We krijgen:

[21103201][10210132] \left[ \begin{array}{cc|cc} 2 & 1 & 1 & 0 \\ 3 & 2 & 0 & 1 \end{array} \right] \sim \left[ \begin{array}{cc|cc} 1 & 0 & 2 & -1 \\ 0 & 1 & -3 & 2 \end{array} \right]

Dus de inverse is [2132]\begin{bmatrix} 2 & -1 \\ -3 & 2 \end{bmatrix}.

Gemaakt door Jeroen van Rensen.