We nemen een matrix A∈Mn,n en vectoren x,b∈Rn en beschouwen de vergelijkingen Ax=b.
Stel r is het aantal pivot-elementen van A wanneer rijreductie toegepast is. Dan geldt:
- r=n: het stelsel Ax=b heeft precies één oplossing x∈Rn.
- r<n: het stelsel Ax=b heeft of geen oplossing, of oneindig veel oplossingen x∈Rn.
Inverse
Definitie
Laat matrix A∈Mn,n. Een matrix B heet een inverse van A als AB=In=BA. Matrix A heet inverteerbaar als A een inverse heeft.
De inverse van een matrix A noteren we met A−1.
Stelling
Als matrix A inverteerbaar is, dan is de inverse van A uniek.
Bewijs
Stel dat matrix A inverteerbaar is, en dat B en C allebei inverses van A zijn. Dan geldt:
ABCABIBB=I=CI=CI=C
QED.
Bestaan van een inverse
Beschouw de volgende vier beweringen over matrix A∈Mn,n en vectoren x,b∈Rn:
- Matrix A is inverteerbaar.
- Het stelsel Ax=b heeft een unieke oplossing x voor iedere b∈Rn.
- Het stelsel Ax=b heeft een unieke oplossing x voor een b∈Rn.
- Matrix A heeft na rijreductie n pivot-elementen.
We weten dat beweringen (2), (3) en (4) gelijk aan elkaar zijn.
Stelling
Bewering (1) ⟹ bewering (2).
Bewijs
We nemen aan dat A een inverse heeft, namelijk A−1. We tonen aan dat (a) er een oplossing bestaat en (b) dat deze oplossing uniek is.
(a) Beschouw de vector x=A−1b, dan geldt Ax=AA−1b=Ib=b. Dit betekent dat x=A−1b een oplossing is voor Ax=b.
(b) Als we een x hebben zodat Ax=b, dan volgt A−1Ax=A−1b, waaruit volgt dat x=A−1b. Dus de oplossing x=A−1b is uniek.
QED.
En nu de andere kant op.
Stelling
Bewering (2) ⟹ bewering (1).
Bewijs
We nemen aan dat het stelsel Ax=b een unieke oplossing x heeft. We bewijzen (a) dat er een C∈Mn,n bestaat zodat AC=In en (b) dat voor deze C geldt dat CA=In.
(a) Laat voor iedere i=1,2,...,n, de vector ci de oplossing zijn voor het stelsel Ax=ei. Dan geldt Ac1=e1, Ac2=e2, etc. Laat nu C de matrix zijn met c1,c2,...,cn in de kolommen. Dan geldt dat AC de matrix is met e1,e2,...en in de kolommen. Er geldt dus dat AC=I.
(b) We tonen aan dat Cx=0 een unieke oplossing x heeft. Er geldt Cx=0⟹ACx=A0, dus x=A0=0. Dus als er een oplossing is, moet het x=0 zijn. Invullen geeft C0=0, en dit klopt. Dus Cx=0 heeft een unieke oplossing x=0. Omdat (2) ⟺ (3), geldt dat Cx=b een unieke oplossing heeft voor elke b∈Rn.
Volgens (a) bestaat er nu een matrix A′ zodat CA′=In. Hieruit volgt dat ACA′=A, oftewel A′=A.
QED.
Er geldt dus dat beweringen (1), (2), (3) en (4) equivalent zijn.
Vinden van de inverse
Opgave
Vind de inverse van A=[2312] als deze bestaat.
Uitwerking
We zoeken oplossingen van [2312][x1x2]=[10] en [2312][x1x2]=[01].
Hiervoor gaan we Gauss-Jordan-eliminatie toepassen. We krijgen:
[23121001]∼[10012−3−12]
Dus de inverse is [2−3−12].