Jeroen's Studie Archief
Lineaire algebra 1 oktober 2024

Rang, dimensie en basis

Lineaire combinaties

Een lineaire combinatie ww van vectoren v1,v2,...,vrv_1, v_2, ..., v_r is een element van het opspansel van deze vectoren. Oftewel, ww is te schrijven als:

w=λ1v1+λ2v2+...+λrvrmet λ1,λ2,...,λrR w = \lambda_1 v_1 + \lambda_2 v_2 + ... + \lambda_r v_r \quad \text{met } \lambda_1, \lambda_2, ..., \lambda_r \in \R

We noemen een vector ww (lineair) afhankelijk van vectoren v1,v2,...,vrv_1, v_2, ..., v_r als ww een lineaire combinatie is van deze vectoren. We noemen een vector ww (lineair) onafhankelijk van deze vectoren als ww niet te schrijven is als een lineaire combinatie van deze vectoren.

We zeggen dat een aantal vectoren v1,v2,...,vrv_1, v_2, ..., v_r (lineair) afhankelijk is als ten minste één van deze vectoren lineair afhankelijk is van de overige vectoren. We noemen een stel vectoren (lineair) onafhankelijk als het niet afhankelijk is.

Lineaire relaties

Een vergelijking van de vorm

λ1v1+λ2v2+...+λrvr=0met λ1,λ2,...,λrR \lambda_1 v_1 + \lambda_2 v_2 + ... + \lambda_r v_r = 0 \quad \text{met } \lambda_1, \lambda_2, ..., \lambda_r \in \R

noemen we een (lineaire) relatie tussen deze vectoren.

De relatie heet triviaal als λi=0\lambda_i=0 voor elke 1ir1 \le i \le r. De relatie heet niet-triviaal als ten minste één λi0\lambda_i \neq 0.

Stelling

Als een stel vectoren v1,v2,...,vrv_1, v_2, ..., v_r lineair afhankelijk is, dan en precies dan geldt dat er een niet-triviale relatie tussen deze vectoren bestaat.

Omgekeerd, als een stel vectoren v1,v2,...,vrv_1, v_2, ..., v_r lineair onafhankelijk is, dan en precies dan bestaat er geen niet-triviale relatie tussen deze vectoren.

Testen voor niet-triviale relaties

Stel we hebben vectoren [110] \begin{bmatrix} 1 \\ 1 \\ 0 \end{bmatrix} , [112]\begin{bmatrix} 1 \\ 1 \\ 2 \end{bmatrix} en [332] \begin{bmatrix} 3 \\ 3 \\ 2 \end{bmatrix} . We willen weten of deze vectoren lineair afhankelijk of onafhankelijk zijn, dus of er niet-triviale relaties bestaan.

Dit betekent dat we zoeken naar oplossingen voor het stelsel:

{λ1+λ2+3λ3=0λ1+λ2+3λ3=02λ2+2λ3=0 \begin{cases} \lambda_1 + \lambda_2 + 3\lambda_3 = 0 \\ \lambda_1 + \lambda_2 + 3\lambda_3 = 0 \\ 2\lambda_2 + 2\lambda_3 = 0 \end{cases}

Als we dit in een coëfficiëntenmatrix zetten en Gauss-Jordan-eliminatie toepassen, krijgen we:

[102011000] \begin{bmatrix} 1 & 0 & 2 \\ 0 & 1 & 1 \\ 0 & 0 & 0 \end{bmatrix}

Omdat λ3\lambda_3 geen pivot-variabele is, kiezen we deze vrij, namelijk λ3=t\lambda_3 = t voor een tRt\in\R. Dit geeft de oplossingsverzameling:

{t[211]:tR} \left\{ t \begin{bmatrix} -2 \\ -1 \\ 1 \end{bmatrix} : t \in \R \right\}

Voor dit stelsel bestaat dus een niet-triviale oplossing, dus we concluderen dat dit stel vectoren lineair afhankelijk is.

Omdat we λ3\lambda_3 vrij gekozen hebben, kunnen we de derde vector, [332]\begin{bmatrix} 3 \\ 3 \\ 2 \end{bmatrix}, weglaten om onafhankelijke vectoren te krijgen.

Rang en dimensie

Laat SRnS\subseteq\R^n met SS\neq\emptyset. Het grootste getal rNr\in\N zodat SS een rr-tal onafhankelijke vectoren bevat, noemen we de rang van SS, notatie rang(S)\text{rang}(S).

Als SS een lineaire deelruimte is van Rn\R^n, dan heet de rang van SS de dimensie van SS, notatie dim(S)\text{dim}(S).

Als S={0}S=\{0\}, zeggen we dat dim(S)=0\text{dim}(S)=0.

Voorbeeld

De drie vectoren hierboven hebben een rang 22.

Basis

Laat SRnS\in\R^n. Een eindige deelverzameling BSB \subseteq S heet een basis van SS als:

  • De verzameling BB bestaat uit onafhankelijke vectoren.
  • Elke vSv \in S te schrijven is als lineaire combinatie van elementen uit BB, oftewel SSpan(B)S \subseteq \text{Span}(B).

Gemaakt door Jeroen van Rensen.