Laat A∈Mm,n. Dan noemen we:
- dim(span(kolommen van A)) de kolommenrang van A,
- dim(span(rijen van A)) de rijenrang van A,
- Nul(A)={x∈Rn:Ax=0} de nulruimte van A.
Er geldt dat span(kolommen van A)⊆Rm en span(rijen van A),Nul(A)⊆Rn.
Vinden van kolommenrang en rijenrang
Als voorbeeld nemen we de matrix:
A=1−122−24−120−47−2
Kolommenrang
We willen weten hoeveel basisvectoren het volgende opspansel heeft:
span1−12,2−24,−120,−47−2
We passen Gauss-Jordan-eliminatie toe en vinden:
100200010−130
Er zijn twee pivot-elementen, dus de kolommenrang van de matrix is 2.
Een basis is:
⎩⎨⎧1−12,−120⎭⎬⎫
Rijenrang
We willen weten hoeveel basisvectoren het volgende opspansel heeft:
span12−1−4,−1−227,240−2
Deze drie vectoren noemen we r1,r2,r3. Dit opspansel is gelijk aan het volgende opspansel:
span(r1,r2+r1,r3−2r1)
En dit zijn precies de stappen die we bij Gauss-Jordan-eliminatie hebben gedaan. Als A′ de matrix A is na Gauss-Jordan-eliminatie, geldt:
span(rijen van A)=span(rijen van A′)
Een basis voor span(rijen van A) is dus:
⎩⎨⎧120−1,0013⎭⎬⎫
Dus de rijenrang van A is 2.
Rang
De rijenrang is altijd gelijk aan de kolommenrang. Dit getal noemen we de rang van de matrix.
Nulruimte
Voor de nulruimte krijgen we, na Gauss-Jordan-eliminatie, het volgende:
Nul(A)=⎩⎨⎧−2s+ts−3tt:s,t∈R⎭⎬⎫=⎩⎨⎧s−2100+t10−31:s,t∈R⎭⎬⎫
Een basis van de nulruimte is dus:
⎩⎨⎧−2100,10−31⎭⎬⎫
De dimensie van de nulruimte is 2, en dat is precies het aantal kolommen zonder pivot-element.
Dimensiestelling
Neem een matrix A∈Mm,n. Dan geldt:
n=#kolommen=#kolommen met pivot-element+#kolommen zonder pivot-element=rang(A)+dim(Nul(A))
Deze stelling heet de dimensiestelling.