Jeroen's Studie Archief
Lineaire algebra 10 september 2024

Vectoren in de ruimte

Een vector vv kan worden voorgesteld als een "pijl" met een lengte v|v| en een richting. Een vector is ook wel een translatie (verschuiving) in de ruimte.

Bewerkingen

Met vectoren kan op de volgende manieren gerekend worden:

  1. Optellen: voor vectoren vv en ww is v+wv+w een nieuwe vector.
  2. Aftrekken: voor vectoren vv en ww is vwv-w een nieuwe vector.
  3. Scalaire vermenigvuldiging: voor vector vv en een getal λR\lambda\in\R is λv\lambda v een nieuwe vector.

De nulvector 00 is een vector met lengte 00 die geen richting heeft. Dit kan worden vergeleken met een stip.

Rekenregels

Voor vectoren vv en ww en getallen λ,μR\lambda,\mu\in\R gelden de volgende rekenregels:

  • a+b=b+a a + b = b + a
  • a+(b+c)=(a+b)+c a + (b + c) = (a + b) + c
  • λ(a+b)=λa+λb \lambda (a + b) = \lambda a + \lambda b
  • (λ+μ)a=λa+μa (\lambda + \mu) a = \lambda a + \mu a
  • λ(μa)=(λμ)a \lambda (\mu a) = (\lambda \mu) a

Coördinaten

We gaan een assenstelsel met coördinaten introduceren:

  1. Kies een oorsprong OO, zodat iedere vector begint in OO.
  2. Kies vervolgens drie vectoren e1,e2,e3e_1, e_2, e_3 met lengte 11 die onderling loodrecht op elkaar liggen.

Nu kan iedere vector vv geschreven worden als v=λ1e1+λ2e2+λ3e3v = \lambda_1e_1 + \lambda_2e_2 + \lambda_3e_3 met λ1,λ2,λ3R\lambda_1,\lambda_2,\lambda_3\in\R. Dit schrijven we op als v=[λ1λ2λ3] v = \begin{bmatrix} \lambda_1 \\ \lambda_2 \\ \lambda_3 \end{bmatrix} of v=(λ1,λ2,λ3) v = (\lambda_1, \lambda_2, \lambda_3) .

Punten, lijnen en vlakken

Nu gaan we de meetkundige objecten punten, lijnen en vlakken als vectoren schrijven.

Punten

Gegeven een oorsprong OO en een punt PP, dan hebben we de vector OPOP van OO naar PP.

Punt PP identificeren we hier met vector OPOP, zodat de termen "punt" en "vector" door elkaar te gebruiken zijn.

Lijnen

Gegeven lijn ll, dan kun je een richtingsvector vv op lijn ll en een steunvector ss van OO naar een punt op ll kiezen. Nu is ll te schrijven als:

l={s+λv:λR} l = \{s + \lambda v : \lambda \in \R\}

Vlakken

Gegeven een vlak VV met vectoren vv en ww die op dat vlak liggen en een vector uu van OO naar vlak VV, kun je het vlak VV schrijven als:

V={u+λ1v+λ2w:λ1,λ2R} V = \{u + \lambda_1v + \lambda_2w : \lambda_1,\lambda_2 \in \R \}

Voorwaarde is wel dat vv en ww niet op één lijn liggen. Anders gezegd, er moet geen μR\mu\in\R bestaan zodat v=μwv=\mu w.

Multi-dimensionaal

Met deze concepten kunnen we vectoren uitbreiden tot elke dimensie.

Naam Vector Vectorlengte
R\R v=λ1e1=(λ1)v=\lambda_1e_1=(\lambda_1) v=λ12|v|=\sqrt{\lambda_1^2}
R2\R^2 v=λ1e1+λ2e2=(λ1,λ2)v=\lambda_1e_1+\lambda_2e_2=(\lambda_1,\lambda_2) v=λ12+λ22|v|=\sqrt{\lambda_1^2+\lambda_2^2}
R3\R^3 v=λ1e1+λ2e2+λ3e3=(λ1,λ2,λ3)v=\lambda_1e_1+\lambda_2e_2+\lambda_3e_3=(\lambda_1,\lambda_2,\lambda_3) v=λ12+λ22+λ32|v|=\sqrt{\lambda_1^2+\lambda_2^2+\lambda_3^2}
Rn\R^n v=λ1e1+...+λnen=(λ1,...,λn)v=\lambda_1e_1+...+\lambda_ne_n=(\lambda_1,...,\lambda_n) v=λ12+...+λn2|v|=\sqrt{\lambda_1^2+...+\lambda_n^2}

Gemaakt door Jeroen van Rensen.