Een vectorv kan worden voorgesteld als een "pijl" met een lengte ∣v∣ en een richting. Een vector is ook wel een translatie (verschuiving) in de ruimte.
Bewerkingen
Met vectoren kan op de volgende manieren gerekend worden:
Optellen: voor vectoren v en w is v+w een nieuwe vector.
Aftrekken: voor vectoren v en w is v−w een nieuwe vector.
Scalaire vermenigvuldiging: voor vector v en een getal λ∈R is λv een nieuwe vector.
De nulvector0 is een vector met lengte 0 die geen richting heeft. Dit kan worden vergeleken met een stip.
Rekenregels
Voor vectoren v en w en getallen λ,μ∈R gelden de volgende rekenregels:
a+b=b+a
a+(b+c)=(a+b)+c
λ(a+b)=λa+λb
(λ+μ)a=λa+μa
λ(μa)=(λμ)a
Coördinaten
We gaan een assenstelsel met coördinaten introduceren:
Kies een oorsprong O, zodat iedere vector begint in O.
Kies vervolgens drie vectoren e1,e2,e3 met lengte 1 die onderling loodrecht op elkaar liggen.
Nu kan iedere vector v geschreven worden als v=λ1e1+λ2e2+λ3e3 met λ1,λ2,λ3∈R. Dit schrijven we op als v=λ1λ2λ3 of v=(λ1,λ2,λ3).
Punten, lijnen en vlakken
Nu gaan we de meetkundige objecten punten, lijnen en vlakken als vectoren schrijven.
Punten
Gegeven een oorsprong O en een punt P, dan hebben we de vector OP van O naar P.
Punt P identificeren we hier met vector OP, zodat de termen "punt" en "vector" door elkaar te gebruiken zijn.
Lijnen
Gegeven lijn l, dan kun je een richtingsvectorv op lijn l en een steunvectors van O naar een punt op l kiezen. Nu is l te schrijven als:
l={s+λv:λ∈R}
Vlakken
Gegeven een vlak V met vectoren v en w die op dat vlak liggen en een vector u van O naar vlak V, kun je het vlak V schrijven als:
V={u+λ1v+λ2w:λ1,λ2∈R}
Voorwaarde is wel dat v en w niet op één lijn liggen. Anders gezegd, er moet geen μ∈R bestaan zodat v=μw.
Multi-dimensionaal
Met deze concepten kunnen we vectoren uitbreiden tot elke dimensie.