Een differentiaalvergelijking is een vergelijking met daarin een afgeleide.
Een voorbeeld van een differentiaalvergelijking is dxdy=0.01y. We weten dat voor y=e0.01x geldt dat dxdy=0.01e0.01x=0.01y, dus y=e0.01x is een oplossing.
Verder weten we dat voor y=ce0.01x geldt dat dxdy=0.01ce0.01x=0.01y, dus voor iedere c∈R is y=ce0.01x een oplossing.
Scheiden
Een manier om differentiaalvergelijkingen op te lossen is "scheiden". Je schrijft de vergelijking dan in de volgende vorm, waarna je kunt integreren:
f(x)dx=g(y)dy
Voorbeeld
Gegeven is de differentiaalvergelijking dxdy=−4xy2 met y(0)=1. Dit geeft:
y21dy=−4xdx
∫y21dy=∫−4xdx
−y1=−2x2+C
y=2x2−C1
Invullen van y(0)=1 geeft C=−1, dus de oplossing is y=2x2+11.
Vermenigvuldigen met integrerende factor
Een andere manier om differentiaalvergelijkingen op te lossen is door te vermenigvuldigen met de integrerende factor. Dit kan als de differentiaalvergelijking van de volgende vorm is:
dxdy+a(x)y=f(x)
Je vermenigvuldigt de hele vergelijking met u=e∫a(x)dx.
Voorbeeld
Gegeven is de differentiaalvergelijking dxdy+3x2y=6x2.
Laat u=e∫3x2dx=ex3. Als we de hele vergelijking vermenigvuldigen met u krijgen we:
dxdyex3+3x2ex3y=6x2ex3
Nu is de linkerkant van de vergelijking gelijk aan uy′+u′y=(uy)′=(ex3y)′.
We integreren aan beide kanten:
∫(ex3y)′dx=∫6x2ex3dx
ex3y=2ex3+C
y=2+Ce−x3