We willen inverse functies vinden voor de goniometrische functies sin(x), cos(x) en tan(x). Maar omdat deze functies niet bijectief zijn, bestaan er geen inverse functies.
We kunnen wel functies definiëren die op een bepaald domein de inversen zijn. We krijgen zo arcsin(x), arccos(x) en arctan(x).
Deze tabel geeft een overzicht van de functies:
f(x)
Domein
Bereik
sin(x)
R
[−1,1]
arcsin(x)
[−1,1]
[−21π,21π]
cos(x)
R
[−1,1]
arccos(x)
[−1,1]
[0,π]
tan(x)
R
R
arctan(x)
R
⟨−21π,21π⟩
Op het domein van de inverse functies geldt dat sin(arcsin(x))=x, cos(arccos(x))=x en tan(arctan(x))=x.
Afgeleide van de inverse
We weten dat voor −21π≤x≤21π geldt dat sin(arcsin(x))=x. Als we dit aan beide kanten differentiëren, krijgen we:
dxdsin(arcsin(x))=dxdx
cos(arcsin(x))⋅dxdarcsin(x)=1
dxdarcsin(x)=cos(arcsin(x))1
Deze uitdrukking kunnen we mooier schrijven, door een rechthoekige driehoek te tekenen. We noemen θ=arcsin(x), waaruit volgt dat x=sin(θ)=1x. Hiermee kunnen we één zijde van de driehoek x noemen en een andere zijde 1. De overgebleven zijde is dan volgens de stelling van Pythagoras gelijk aan 1−x2.
Hieruit volgt dat cos(θ)=1−x2=cos(arcsin(x)), dus: