Van een object P in de ruimte kun je een vector rP=(x,y,z) opstellen. Deze vector is een functie van tijd: rP(t). De snelheid van P, uP, is dan gelijk aan dtdrP. Let op: deze snelheid is relatief tot een oorsprong O.
Een nieuw assenstelsel
Nu introduceren we een nieuw assenstelsel met een nieuwe oorsprong: O′. We schrijven de plaatsvector van ons object nu als rP′(t)=(x′,y′,z′) en de snelheidsvector als uP′=dtdrP′.
Twee assenstelsels heten inertiaalstelsels als ze niet onderling versnellend zijn (dus t.o.v. elkaar verplaatsen met een constante snelheid).
We maken hier een paar aannames:
- Tijd is voor beide stelsels gelijk.
- Beide stelsels zijn inertiaalstelsels, waarbij O′ weg beweegt van O met een snelheid v.
- Beide stelsels hebben de assen dezelfde kant op gericht.
- Het moment t=0 is het moment dat beide stelsels zich op dezelfde plek bevinden. (Omdat de stelsels zich in één dimensie van elkaar af bewegen, is het altijd mogelijk om een assenstelsel en oorsprong zo te kiezen, dat de oorsprongen ooit bij elkaar zijn.)
Nu kunnen we de locatie van rO′ schrijven als rO′=rO+vt=vt.
Object P
Van ons object P weten we dat rP=rO′+rP′. Zie onderstaande afbeelding:

Hieruit volgt dat:
rP′=rP−rO′=rP−vt
Hiermee kunnen we ook de snelheid uP′ uitrekenen:
uP′=dtdrP′=dtd(rP−vt)=dtdrP−v=uP−v
Ten slotte kunnen we nu ook de versnelling aP′ uitrekenen:
aP′=dtduP′=dtd(uP−v)=dtduP=aP
Hieruit kunnen we concluderen dat FP′=maP′=maP=FP, dus de krachten die beide stelsels observeren zijn gelijk.
Geluid en Doppler-effect
Geluid is een periodieke verandering in tijd en in plaats van de luchtdruk. Geluid kunnen we daarom schrijven in een algemene formule voor de luchtdruk, P:
P(x,t)=P0+Asin(2π(λx−Tt))
Als de snelheid van de observant gelijk is aan de golfsnelheid, geldt tx=Tλ en dus λx−Tt=0. Dat betekent dat P(x,t) constant is. Hieruit kun je concluderen dat als de luchtdruk P constant is, je snelheid even groot is als de golfsnelheid.
Bewegende bron
We gaan uit van een situatie van een bewegende bron O die naar achteren beweegt met snelheid v (t.o.v. de lucht) en een stilstaande observant O′ (t.o.v. de lucht).
Iedere trillingstijd T komt er een piek die naar de observant toe beweegt. De golflengte die de observant meet λ′ is dan λ′=λ+Δx.
Het stukje Δx is de extra afstand van de golflengte, dat is de afstand die de bron aflegt in één trillingstijd T. Daarom geldt dat Δx=vT. Dit geeft λ′=λ+vT.
Verder geldt vS=λf=Tλ, waaruit volgt dat T=vSλ. Dit invullen geeft:
λ′=λ+vT=λ+vvSλ=λ(1+vSv)
Nu kunnen we ook naar de gemeten trillingstijd kijken. Deze is anders dan de trillingstijd van de bron, dus kunnen we schrijven T′=T+Δt. Deze Δt is de tijd die de bron erover doet om de afstand Δx af te leggen, dus Δt=vSvT. Dit geeft voor de trillingstijd:
T′=T+Δt=T+vSvT=T(1+vSv)
f′=T′1=T1⋅1+vSv1=1+vSvf
Hieruit volgt de geluidssnelheid vS′:
vS′=λ′f′=λ(1+vSv)⋅1+vSvf=λf=vS
De geluidssnelheid is dus voor zowel de bron als voor de observant hetzelfde.
Bewegende observant
We gaan uit van een situatie van een stilstaande bron O (t.o.v. de lucht) en een observant O′ die naar achteren beweegt met snelheid v (t.o.v. de lucht).
We kunnen de positie van O′ schrijven als x′=x−vt, waaruit volgt dat x=x′+vt. Dit kunnen we nu invullen in de formule voor luchtdruk:
P(x,t)=P(x′+vt,t)=P0+Asin(2π(λx′+vt−Tt))=P0+Asin(2π(λx′+λvt−Tt))=P0+Asin(2π(λx′−t(T1−λv)))
Hiermee vinden we dat λ′=λ en T′1=T1−λv, oftewel:
λ′=λ
f′=f−λv=f(1−vSv)
Voor de geluidssnelheid vinden we dan:
vS′=λ′f′=λf(1−vSv)=vS−v
Er blijkt dus dat hier de geluidssnelheden niet hetzelfde zijn.