Jeroen's Studie Archief

Lengte-contractie en optelling van snelheden

Lengte-contractie (Lorentz-contractie)

We gaan uit van een stilstaande staaf OO met lengte LL. Langs die staaf beweegt OO' met constante snelheid vv naar rechts. Op het moment t1=t1=0t_1=t_1'=0 staan OO en OO' op dezelfde plek, namelijk het ene uiteinde van de staaf. Op t2t_2' is OO' bij het achterste uiteinde van de staaf.

Het ruimte-tijd-diagram van OO ziet er zo uit:

En het ruimte-tijd-diagram van OO' ziet er zo uit:

Voor de tijd t2t_2 geldt L=vt2L=vt_2.

Het event dat de achterkant van de staaf bij OO' voorbij komt vindt plaats in de oorsprong van OO'. Daarom heeft OO' eigentijd, en dus geldt t2=γt2 t_2 = \gamma t_2' , oftewel t2=t2γ t_2' = \dfrac{t_2}\gamma .

Voor de lengte LL' weten we dat de snelheid gelijk is aan vv en de tijd t2=t2γt_2'=\dfrac{t_2}\gamma. Hieruit vinden we:

L=vt2=vt2γ=Lγ L' = vt_2' = \dfrac{vt_2}\gamma = \dfrac L\gamma

Voor de lengte geldt dus precies hetzelfde als voor tijd: het stelsel waarin het event in de oorsprong plaatsvindt, meet de kortste lengte.

Optelling van snelheden

We beschouwen nu drie stelsels O1,O2,O3O_1, O_2, O_3 die relatief tot elkaar met constante snelheid bewegen. De snelheid die O2O_2 heeft relatief tot O1O_1 noemen we v1,2v_{1,2} en de snelheid die O3O_3 heeft relatief tot O2O_2 noemen we v2,3v_{2,3}.

We willen de snelheid die O3O_3 heeft relatief tot O1O_1, genaamd v1,3v_{1,3}, uitdrukken in v1,2v_{1,2} en v2,3v_{2,3}. Volgens Galilei-transformaties zou moeten gelden dat v1,3=v1,2+v2,3v_{1,3} = v_{1,2} + v_{2,3}, maar dat klopt niet.

De ruimte-tijd-diagrammen van de drie stelsels zien er alsvolgt uit:

Stelsel O1O_1 zendt op tijdstip t1=te1,1t_1=t_{e1,1} (emissie uit O1O_1 zoals gemeten door O1O_1) licht uit naar de twee andere stelsels. Stelsel O2O_2 detecteert dit licht op t2=td2,2t_2=t_{d2,2} (detectie in O2O_2 zoals gemeten door O2O_2) en O3O_3 detecteert dit licht op t3=td3,3t_3=t_{d3,3} (detectie in O3O_3 zoals gemeten door O3O_3).

Hiervoor kunnen we dezelfde functie k(β)k(\beta) van de vorige keer gebruiken. Dit is namelijk een functie die tijd converteert van een stelsel dat licht "uitzendt" naar een stelsel dat licht ontvangt. Er geldt:

td2,2=k(β1,2)te1,1 t_{d2,2} = k(\beta_{1,2}) t_{e1,1}

td3,3=k(β2,3)td2,2=k(β2,3)k(β1,2)te1,1=k(β1,3)te1,1 \begin{aligned} t_{d3,3} &= k(\beta_{2,3}) t_{d2,2} \\ &= k(\beta_{2,3}) k(\beta_{1,2}) t_{e1,1} \\ &= k(\beta_{1,3}) t_{e1,1} \end{aligned}

Hieruit vinden we dat k(β2,3)k(β1,2)=k(β1,3) k(\beta_{2,3}) k(\beta_{1,2}) = k(\beta_{1,3}) . Hieruit volgt dan weer dat:

1+β1,31β1,3=1+β2,31β2,31+β1,21β1,2 \sqrt\frac{1+\beta_{1,3}}{1-\beta_{1,3}} = \sqrt\frac{1+\beta_{2,3}}{1-\beta_{2,3}} \cdot \sqrt\frac{1+\beta_{1,2}}{1-\beta_{1,2}}

Uiteindelijk volgt hieruit de volgende formule voor de optelling van snelheden:

v1,3=v1,2+v2,31+v1,2v2,3/c2 v_{1,3} = \frac{v_{1,2} + v_{2,3}}{1 + v_{1,2}v_{2,3}/c^2}

Testen

Als zowel v1,2v_{1,2} als v2,3v_{2,3} veel kleiner is dan cc, dan gaat v1,2v2,3v_{1,2}v_{2,3} naar 00, en gaat v1,3v_{1,3} naar v1,2+v2,3v_{1,2} + v_{2,3}. Dit is de optelling van snelheden van Galilei.

Als v1,2=cv_{1,2} = c, geldt:

v1,3=v1,2+v2,31+v1,2v2,3/c2=c+v2,31+cv2,3/c2=c+v2,31+v2,3/ccc=cc+v2,3c+v2,3=c v_{1,3} = \frac{v_{1,2} + v_{2,3}}{1 + v_{1,2}v_{2,3}/c^2} = \frac{c + v_{2,3}}{1 + cv_{2,3}/c^2} = \frac{c + v_{2,3}}{1 + v_{2,3}/c} \cdot \frac cc = c \cdot \frac{c + v_{2,3}}{c + v_{2,3}} = c

Gemaakt door Jeroen van Rensen.